Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1987 en heeft de Pakistaanse nationaliteit.
4.De rechtbank overweegt als volgt.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2019.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Pakistaanse Ahmadi, werd op 18 februari 2015 uitgezet naar Pakistan ondanks zijn gegronde vrees voor vervolging. Later verleende de staatssecretaris hem met terugwerkende kracht vluchtelingenstatus per 16 februari 2015. De rechtbank stelt vast dat de uitzetting onrechtmatig was omdat verzoeker op het moment van uitzetting al vluchteling was, wat declaratoire kracht heeft.
De rechtbank oordeelt dat de overheid aansprakelijk is voor de schade die verzoeker heeft geleden door mishandeling in Pakistan na de uitzetting. Verweerder stelde dat de uitzetting rechtmatig was vanwege het voorlopige karakter van eerdere beslissingen en veranderde jurisprudentie, maar dit standpunt wordt verworpen.
De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding toe en geeft verzoeker de gelegenheid om de hoogte van de schade nader te onderbouwen. De verdere beslissing, inclusief proceskosten, wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de uitzetting onrechtmatig was en wijst het verzoek om schadevergoeding toe.