ECLI:NL:RBDHA:2019:14685
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan opzet bij medeplegen witwassen
De rechtbank Den Haag sprak verdachte vrij van het medeplegen en medeplichtigheid aan gewoontewitwassen van grote geldbedragen tussen 2008 en 2016. Verdachte had zijn bankrekening en bankpas ter beschikking gesteld aan een medeverdachte, maar er was geen bewijs van nauwe en bewuste samenwerking of dat verdachte wist van het witwassen.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte, een gastarbeider uit China met beperkte Nederlandse taalvaardigheid, afhankelijk was van de medeverdachte die de bankpassen beheerste en gebruikte voor contante stortingen en overboekingen naar het buitenland. De verdachte ontkende betrokkenheid bij de contante stortingen en overboekingen.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat verdachte zijn bankrekening beschikbaar stelde onvoldoende was voor het vereiste opzet, ook niet voorwaardelijk. Het bewijs toonde aan dat de medeverdachte het witwassen uitvoerde, maar verdachte was slechts afhankelijk en handelde zonder opzet.
De officier van justitie had een taakstraf geëist, maar de rechtbank vond het bewijs onvoldoende om verdachte te veroordelen. De verdachte werd daarom vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet en bewuste samenwerking bij het medeplegen van gewoontewitwassen.