ECLI:NL:RBDHA:2019:14669
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na uitspraak bodemprocedure verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag bij besluit van 28 februari 2019 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 14 maart 2019 vond de mondelinge behandeling plaats waarbij beide partijen zich lieten vertegenwoordigen. De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien de rechtbank nog niet heeft beslist op het beroep. Omdat op dezelfde dag in de bodemprocedure uitspraak was gedaan, was een voorlopige voorziening niet meer mogelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.