Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
is hij nog bij jou of heb je hem losgelaten” waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “
Nee hij is niet bij mij vriend. Hij is weggegaan. Hij woont hier, hij heeft hier zijn bootje, zijn huis, zijn moeder en alles” Hierop zegt [telefoonnummer 1] : “
als hij weg is dan mag je naar de lucht kijken(tolk: naar die spullen fluiten)”. [medeverdachte 1] zegt dan: “
ik zweer bij Allah dat ik hem pak.” waarop [telefoonnummer 1] reageert dat het het probleem van [medeverdachte 1] is en dat hij het zelf moet oplossen. Hij wil dat [medeverdachte 1] hem belt om te zeggen dat die spullen terug zijn. Daarom antwoordt [medeverdachte 1] dat hij hem straks gaat bellen. [24]
weeronderweg zijn naar de woning van diegene ( [slachtoffer] ). [naam 3] is de voornaam van [slachtoffer] .
henvoorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en beroofd te houden, personen hebben geregeld die die [slachtoffer] van de vrijheid zouden kunnen beroven en vervolgens naar 's-Gravenhage en naar de woning van [slachtoffer] zijn gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) MAANDEN.