ECLI:NL:RBDHA:2019:14452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende medische beoordeling
Eiseres, een Oekraïense vrouw geboren in 1948, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan als familielid. Verweerder wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de vrijstellingscriteria op grond van haar medische situatie. Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht meerdere adviezen uit waarin werd gesteld dat eiseres in staat was te reizen en geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten was, hoewel mantelzorg noodzakelijk werd geacht.
Eiseres betwistte het besluit en stelde dat haar vermoedelijke dementie en de situatie in haar regio in Oekraïne onvoldoende waren meegewogen. Zij voerde aan dat zij geen toegang heeft tot medische en sociale voorzieningen in Oekraïne en dat het BMA-advies niet onafhankelijk en onvolledig was. De rechtbank oordeelde dat de BMA-adviezen tegenstrijdig en onvoldoende concludent waren, met name over de medische noodsituatie en mantelzorg. Tevens was het laatste advies onvolledig omdat de vergeetachtigheid niet apart was beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat het zorgvuldigheidsbeginsel zoals neergelegd in artikel 3:2 Awb Pro was geschonden doordat verweerder zich onvoldoende had verzekerd van een zorgvuldig en inzichtelijk advies. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.