ECLI:NL:RBDHA:2019:14387
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bedreigingen door criminele bende
Eiser, een Colombiaanse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen door de criminele bende Los 23, gelieerd aan de Farc. Hij stelde dat hij smeergeld weigerde te betalen en daarop telefonisch werd bedreigd, waarna hij Colombia verliet.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens tegenstrijdigheden in het relaas van eiser en onvoldoende bewijs, waaronder een kopie van een aangifte die niet als authentiek kon worden beoordeeld. Ook achtte de staatssecretaris het risico bij uitzetting niet aannemelijk.
De rechtbank bevestigde deze beoordeling, oordeelde dat de verklaringen van eiser onvoldoende geloofwaardig waren, dat er geen aanwijzingen waren voor miscommunicatie met de tolk en dat het opleggen van een vertrektermijn en inreisverbod rechtmatig was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.