ECLI:NL:RBDHA:2019:14366
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Pakistaanse vreemdeling wegens ongeloofwaardige etniciteit
Eiser, een Pakistaanse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende tot de etnische minderheidsgroep Abbasi te behoren. Na een eerdere vernietiging van een afwijzend besluit, wees de staatssecretaris zijn aanvraag opnieuw af wegens onvoldoende aannemelijkheid van zijn etniciteit en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.
De rechtbank overwoog dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over zijn etniciteit en taalbeheersing, waardoor zijn beweringen over het behoren tot de Abbasi familie en de Hindko taalgroep ongeloofwaardig zijn. De aangeleverde algemene informatie over minderheden in Pakistan, waaronder Wikipedia-artikelen en een EASO-rapport, waren onvoldoende om zijn persoonlijke etnische status aannemelijk te maken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft gehandeld en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als vluchteling kan worden aangemerkt of dat hij risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd wegens ongeloofwaardige etniciteit.