Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
6.De straf en/of maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer], althans namens zijn wettelijk vertegenwoordiger mevrouw [naam 8] , een vordering ingediend voor een bedrag van
€ 580,00,namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij deze schade rechtstreeks heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit.
€ 7.500,00aan geleden immateriële schade toewijzen en de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.
€ 8.080,00.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
maatregel betreffende het gedrag van de jeugdigevoor de duur van
12 maanden, die bestaat uit:
voor zover dit de duur van 6 maanden niet te boven
jeugddetentievoor de duur van
6 maanden;
dadelijk uitvoerbaar,is;
90 dagenvan deze jeugddetentie niet ten uitvoer zullen worden gelegd als de veroordeelde zich tot het einde van de proeftijd, die
2 jarenis, houdt aan de volgende voorwaarden:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
[slachtoffer]toe tot het bedrag van
vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 28 mei 2019 tot de dag waarop de vordering is betaald, en veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
€ 8.080,
00,vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 28 mei 2019 tot de dag waarop de vordering is betaald, aan de Staat te betalen voor het slachtoffer
[slachtoffer];