ECLI:NL:RBDHA:2019:14014

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2019
Publicatiedatum
30 december 2019
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4323
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier met als doel verblijf bij familie- of gezinslid. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar nog niet is behandeld.

Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft zich niet verzet tegen de toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening, waardoor rechtmatig verblijf ontstaat en verzoeker de behandeling van het bezwaar in Nederland kan afwachten.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, verbiedt de uitzetting en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2019.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/4323
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 december 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoeker] , verzoeker,

v-nummer [V-nummer]
(gemachtigde mr. A. Orhan),
tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. F. Coenen).

Procesverloop

Bij besluit van 29 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag om een verblijfsvergunning regulier met als doel verblijf bij familie- of gezinslid afgewezen.
Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. Hij wil dat de voorzieningenrechter verweerder verbiedt hem uit te zetten zolang nog niet op zijn bezwaar is beslist.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben toestemming gegeven om zonder zitting uitspraak te doen.

Overwegingen

1. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (de Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verweerder heeft bij brief van 20 november 2019 meegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, waardoor alsnog rechtmatig verblijf ontstaat, zodat verzoeker de behandeling van het bezwaarschrift in Nederland mag afwachten. Verweerder verzet zich verder niet tegen een veroordeling in de proceskosten.
3. Gelet op het standpunt van verweerder zal de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toewijzen. De voorzieningenrechter verbiedt verweerder verzoeker uit te zetten totdat verweerder op het bezwaarschrift heeft beslist.
4. De voorzieningenrechter zal met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb verweerder veroordelen in de kosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 512,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde van € 512,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- verbiedt verweerder verzoeker uit te zetten totdat op het bezwaar is beslist;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 512,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2019.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.