ECLI:NL:RBDHA:2019:13841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking wegens onvoldoende bewijs opzet of grove schuld bij omzetbelasting
Eiser, een ondernemer met een eenmanszaak, kreeg na een boekenonderzoek van verweerder een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 2013 tot en met 2017, inclusief een boete wegens vermeende opzet of grove schuld. Eiser stelde dat overmacht bestond omdat zijn administratie uit zijn auto was gestolen. De rechtbank oordeelde dat het risico van het verliezen van de administratie door diefstal voor rekening van eiser komt, mede omdat geen back-up of kopieën aanwezig waren.
Verweerder gebruikte bewijsvermoedens om opzet of grove schuld aan te tonen, gebaseerd op het ontbreken van stukken en het onvermogen van eiser om leveranciersnamen te verstrekken. De rechtbank stelde dat bewijsvermoedens alleen mogen worden gebruikt als deze redelijk voortvloeien uit aanwezige bewijsmiddelen, wat hier niet het geval was. Het onvermogen van eiser om nadere informatie te geven, vormt geen voldoende bewijs.
De rechtbank vernietigde daarom de boetebeschikking en verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boete betreft. Voor het overige, waaronder de naheffingsaanslag en belastingrente, werd het beroep ongegrond verklaard. Verweerder werd opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor opzet of grove schuld, het beroep is voor het overige ongegrond.