ECLI:NL:RBDHA:2019:13691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verlenging verblijfsvergunning medische behandeling
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, heeft sinds 2014 een verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling ontvangen, die meerdere malen werd verlengd en geweigerd. Na een eerdere vernietiging van een besluit door de rechtbank Utrecht en een bevestiging daarvan door de Raad van State, verlengde de staatssecretaris de vergunning opnieuw met ingang van 31 januari 2019 tot 31 januari 2020.
Eiser stelde dat de staatssecretaris het bezwaar van augustus 2016 niet inhoudelijk had beoordeeld en dat hij sinds de aanvraagdatum dezelfde intramurale behandeling ontving. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende belang had bij de beoordeling van het beroep vanwege de mogelijke eerdere ingangsdatum van het verblijfsrecht.
De rechtbank constateerde dat het bestreden besluit niet voldeed aan de motiveringsplicht en dat de bezwaargronden van eiser niet waren meegenomen, terwijl eerdere uitspraken verweerder hadden opgedragen een nieuw besluit te nemen. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en gaf een termijn van zes weken voor een nieuwe beslissing.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser ten bedrage van €1.024. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.