Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Beoordeling van het bewijs
vanhaar verdwijning.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak gaat het om de dood van de echtgenote van verdachte, wier stoffelijk overschot in oktober 2008 werd gevonden in een beerput bij hun woning in Thailand. De verdachte werd ervan verdacht haar tussen november 2007 en oktober 2008 opzettelijk met geweld om het leven te hebben gebracht. Ondanks uitgebreid onderzoek, waaronder DNA-onderzoek en sectie door Thaise en Nederlandse pathologen, kon geen doodsoorzaak worden vastgesteld.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van doodslag door geweld, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank nam kennis van belastende omstandigheden zoals meldingen van mishandeling door het slachtoffer, het vinden van letsel op foto's, en het verdachte gedrag van verdachte na de verdwijning.
Desondanks concludeerde de rechtbank dat deze feiten en getuigenverklaringen onvoldoende wettig en overtuigend bewijs vormen om vast te stellen dat het slachtoffer door geweld is omgekomen en dat verdachte daarvoor verantwoordelijk is. De verklaringen waren vaak jaren na dato en mogelijk beïnvloed door kennis van het lichaam in de beerput. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het slachtoffer opzettelijk met geweld heeft omgebracht.