ECLI:NL:RBDHA:2019:13389
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Montenegro als veilig land van herkomst
Eiser, afkomstig uit Montenegro, heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 4 december 2019 en oordeelde dat Montenegro terecht als veilig land van herkomst is aangemerkt. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij uitzonderlijke omstandigheden heeft die een verblijfsvergunning rechtvaardigen.
De rechtbank constateerde dat eiser zijn medische problemen niet met documenten heeft onderbouwd en dat het verzoek om aanhouding van de beslissing terecht werd afgewezen. Ook het beroep op artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat uitstel van vertrek kan rechtvaardigen bij medische problemen, faalde door gebrek aan bewijs. Daarnaast werden economische problemen niet als relevant beschouwd.
Verder heeft eiser zijn vrees voor terugkeer wegens een oorlogsverleden onvoldoende geconcretiseerd. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor eerdere vervolging of ernstige schade. De staatssecretaris mocht het inreisverbod van twee jaar opleggen, en het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.