Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde partij] , te [woonplaats]
Procesverloop
Overwegingen
vanaf de gevelvan het hoofdgebouw
waaraan zij gebouwd wordenmag niet meer dan 2,5 meter bedragen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat dit niet alleen ziet op de achtergevel. Dat – zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht – het woord ‘diepte’ een standaardterm is die in bestemmingsplannen wordt gebruikt en daarmee altijd bedoeld wordt: de afstand vanaf de achtergevel, maakt dat naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Het is in de situatie zoals die zich bij vergunninghouder voordoet immers ook mogelijk om een aanbouw aan de zijgevel te plaatsen. Aangezien de aanbouw vanaf de zijgevel een diepte heeft van 3,9 meter – en dus dieper is dan 2,5 meter – heeft verweerder zich in het bestreden besluit ten onrechte op het standpunt gesteld dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan.