ECLI:NL:RBDHA:2019:13122
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor recht op contra-expertise in Dublinprocedure
Verzoeker, van Ghanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Verzoeker betwistte dat zijn vingerafdrukken in Italië en Zwitserland waren afgenomen en wilde dit middels een contra-expertise aantonen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beginsel van equality of arms ook in Dublinprocedures geldt, waardoor verzoeker in de gelegenheid moet worden gesteld een contra-expertise uit te voeren. Verweerder mocht niet alleen uitgaan van de Eurodac-registraties zonder verzoeker deze mogelijkheid te bieden.
De rechtbank verbood de overdracht aan Italië totdat op het beroep is beslist en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Verzoeker krijgt de kans om de contra-expertise onverwijld te laten uitvoeren en het beroep wordt heropend zodra de resultaten bekend zijn.
Uitkomst: Verzoeker krijgt het recht om een contra-expertise te verrichten en overdracht aan Italië wordt verboden totdat op het beroep is beslist.