ECLI:NL:RBDHA:2019:13010

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 november 2019
Publicatiedatum
6 december 2019
Zaaknummer
NL19.25909
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b VwArt. 31 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardig relaas en vernietigde documenten

Eisers, twee minderjarige Russische staatsburgers, vroegen asiel aan met het verhaal dat eiser 1 tweemaal door Tsjetsjeense autoriteiten was gearresteerd vanwege politieke uitingen onder video's van een antiregeringsblogger. Eisers stelden mishandeling en dwangrekrutering als spion te hebben ondergaan.

Verweerder wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000, met name omdat eisers hun identiteitsdocumenten opzettelijk hadden vernietigd, wat het onderzoek bemoeilijkte. Daarnaast vond verweerder het verhaal ongeloofwaardig vanwege summiere en tegenstrijdige verklaringen, onwaarschijnlijke omstandigheden rondom de arrestaties en het ontbreken van plausibiliteit dat eiser 1 negatieve aandacht kreeg enkel door reacties onder duizenden anderen.

De rechtbank oordeelde dat het vernietigen van documenten geen verschoonbare reden was en dat eisers hadden kunnen kiezen om zich direct tot Nederlandse autoriteiten te wenden. Ook werden de verklaringen van eiser 2 meegewogen na correcties. De beroepen werden ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige verklaringen en vernietiging van documenten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL19.25909 en NL19.25911

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam 1] , eiser 1,

[naam 2], eiser 2,
hierna gezamenlijk: eisers
V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2]
(gemachtigde: mr. I.K. Kolev),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S.F.E. Verdonck).

ProcesverloopBij besluiten van 28 oktober 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond. Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL19.25910 en NL19.25912, plaatsgevonden op 27 november 2019. Eisers zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eisers stellen te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 1] en [geboortedatum 2] en burgers van Rusland te zijn. Aan hun asielaanvragen hebben zij ten grondslag gelegd dat eiser 1 twee keer is gearresteerd door de Tsjetsjeense autoriteiten vanwege het plaatsen van reacties onder een YouTube-video van antiregeringsblogger Tumso Abdulrohmanov. Bij deze arrestaties is eiser 1 uitgescholden, vernederd en geslagen, bij de tweede arrestatie is eiser 1 onder dwang gerekruteerd als spion.
2. Verweerder heeft de aanvragen van eisers kennelijk ongegrond verklaard op grond van de artikelen 31 en 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw). Eisers worden gevolgd in hun identiteit, nationaliteit en herkomst. Verweerder heeft aan de bestreden besluiten ten grondslag gelegd dat de gebeurtenissen die eisers aan hun asielaanvragen ten grondslag hebben gelegd ongeloofwaardig zijn. Daarbij is allereerst van belang dat eisers hun identiteitsdocumenten opzettelijk hebben vernietigd en daarmee het onderzoek van verweerder hebben bemoeilijkt. Verder acht verweerder van belang dat:
- eiser 1 summier heeft verklaard over het gedachtengoed van Abdulrohmanov;
- het niet plausibel is dat de minderjarige eiser 1 negatief in de belangstelling van de autoriteiten is komen staan enkel vanwege het plaatsen van reacties onder video’s met duizenden andere reacties;
- eiser 1 ongerijmd heeft verklaard over de arrestaties en de omstandigheden van zijn gevangenschap;
- eiser 2 tegenstrijdig heeft verklaard ten opzichte van eiser 1 over de het asielrelaas en de uitreis.
3. Op wat eisers hiertegen hebben aangevoerd, wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Eisers hebben gesteld dat niet aan hen als minderjarigen mag worden tegengeworpen dat zij hun documenten hebben vernietigd omdat zij dit hebben gedaan op instructie van hun begeleider. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat dit geen verschoonbare reden is omdat eisers bij aankomst in Nederland zich direct hadden kunnen wenden tot de Nederlandse autoriteiten. Niet is gebleken dat eisers hiertoe geen eigen afwegingen hebben kunnen maken.
5. Verder heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers niet kunnen worden gevolgd in de stelling dat de verklaringen van eiser 2 niet kunnen worden meegewogen bij de beoordeling van het asielrelaas vanwege zijn gestelde ‘beperkte ontwikkeling’. Indien eisers in de veronderstelling waren dat de verklaringen van eiser 2 onvolledig of onjuist waren had het op de weg van eisers gelegen om verweerder daarvan op de hoogte te stellen door middel van het indienen van correcties en aanvullingen. Met de correcties en aanvullingen die eisers op 23 oktober 2019 hebben ingediend mag ervan worden uitgegaan dat de verklaringen van eiser 2 op volledigheid en juistheid zijn gecontroleerd.
6. Tot slot heeft verweerder mogen tegenwerpen dat het onwaarschijnlijk is dat eiser 1 in een negatieve belangstelling is komen te staan vanwege het plaatsen van reacties onder YouTube-filmpjes van een antiregeringsblogger, terwijl er duizenden andere reacties zijn. Dat de Tsjetsjeense regering in het algemeen buitengerechtelijke middelen en collectieve verantwoordelijkheid zou toepassen doet daar niet aan af.
7. Verweerder heeft de aanvragen terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. De beroepen zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.