ECLI:NL:RBDHA:2019:13005
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over verplaatsing behandeling voorwaardelijke ISD-maatregel naar raadkamer
De rechtbank Den Haag behandelde op 22 november 2019 een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel die bij onherroepelijk vonnis van 14 september 2018 was opgelegd. Hoewel de vordering op grond van artikel 38r Sr moest worden behandeld door de raadkamer, was de behandeling aanvankelijk op een openbare terechtzitting aangevangen en daarna voor onbepaalde tijd aangehouden.
De rechtbank onderzocht vervolgens of zij bevoegd was de vordering te behandelen en concludeerde dat de raadkamer geen ander gerecht is dan de rechtbank zelf, maar een andere wijze van behandeling binnen dezelfde rechtbank. De rechtbank is bevoegd, maar de behandeling moet plaatsvinden in de raadkamer, waarbij de procedurele regels van die behandeling gelden.
De rechtbank stelde vast dat een mededeling tijdens de terechtzitting volstaat om de behandeling van de openbare terechtzitting naar de raadkamer te verplaatsen. Aanhouding is alleen nodig als onmiddellijke voortzetting de belangen van de veroordeelde schaadt. De rechtbank besloot daarom de behandeling te heropenen, voort te zetten in de raadkamer en de behandeling te schorsen tot een nader te bepalen zitting, waarbij de veroordeelde en de reclasseringswerker worden opgeroepen.
Uitkomst: De rechtbank heropent de behandeling van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel en bepaalt dat deze voortgezet wordt in de raadkamer met schorsing tot nader te bepalen zitting.