ECLI:NL:RBDHA:2019:12994

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2019
Publicatiedatum
6 december 2019
Zaaknummer
NL19.24732 en NL19.24734
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht kwetsbare vreemdelingen aan Italië op grond van Dublinverordening

Verzoekers, Nigeriaanse vreemdelingen die als bijzonder kwetsbaar worden aangemerkt, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris waarbij hun asielaanvragen niet in behandeling werden genomen omdat Italië verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.

De voorzieningenrechter overweegt dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) recentelijk interim measures heeft getroffen in vergelijkbare zaken met kwetsbare vreemdelingen, waarbij vragen zijn gesteld over de gegarandeerde opvang in Italië. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt momenteel soortgelijke zaken en de uitspraak wordt binnen zes weken verwacht.

De voorzieningenrechter acht het noodzakelijk de uitspraken van de Afdeling af te wachten alvorens te beslissen op het beroep van verzoekers. Daarom worden de bestreden besluiten geschorst en wordt bepaald dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Italië totdat op de beroepen is beslist.

Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op €1.024,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De overdracht van kwetsbare vreemdelingen aan Italië wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL19.24732 en NL19.24734
V-nummers: [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1] en [naam 2] ,

mede namens hun minderjarige kind
[naam 3],
gezamenlijk genoemd: verzoekers
(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Jansen).

Procesverloop

Bij besluiten van 15 oktober 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen [1] omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek op de zitting heeft, samen met de behandeling van de zaken NL19.24731 en NL19.24733, plaatsgevonden op 13 november 2019. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verzoekers hebben gebruik gemaakt van een telefonische tolk, M. Crockett. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekers stellen de Nigeriaanse nationaliteit te bezitten en te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 2] , [geboortedatum 2] en [geboortedatum 3] .
2. Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat zij in het kader van de Dublinverordening [2] worden overgedragen aan Italië, zolang geen uitspraak is gedaan op de beroepen tegen de bestreden besluiten.
3. Niet in geschil is dat verzoekers moeten worden aangemerkt als bijzonder kwetsbare vreemdelingen, als bedoeld in het arrest van het EHRM [3] in de zaak Tarakhel [4] .
4. Onlangs heeft het EHRM een aantal interim measures [5] getroffen in zaken waarbij sprake was van bijzonder kwetsbare vreemdelingen en waarbij het EHRM vragen heeft gesteld over onder andere gegarandeerde opvang bij terugkeer naar Italië. De Afdeling [6] heeft vervolgens naar aanleiding van deze getroffen interim measures voorlopige voorzieningen getroffen in procedures van bijzonder kwetsbare vreemdelingen [7] . Verweerder heeft op de zitting toegelicht dat er op 29 oktober 2019 twee zaken door de Afdeling op zitting zijn behandeld waarin het gaat om de vraag of verweerder ten aanzien van Italië voor bijzonder kwetsbare vreemdelingen (een vrouw met een minderjarig kind en een man met medische problematiek) (nog steeds) kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De uitspraaktermijn in die zaken is bepaald op (in beginsel) zes weken.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in ieder geval de uitspraken van de Afdeling in die zaken moeten worden afgewacht voordat op de onderhavige beroepen kan worden beslist. Het onderzoek in de zaken NL19.24731 en NL19.24733 is daarom (bij brief van vandaag) heropend teneinde die zaken aan te houden totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de zaken die op 29 oktober 2019 op zitting zijn behandeld. De verzoeken worden om die reden toegewezen, de bestreden besluiten worden geschorst en bepaald wordt dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Italië totdat op de beroepen tegen de bestreden besluiten is beslist.
5. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in samenhangende zaken vast op € 1.024,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 512,- en een wegingsfactor 1). Als aan verzoekers een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst de verzoeken toe;
  • schorst de bestreden besluiten en bepaalt dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Italië totdat op de beroepen is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.024,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
2.Verordening (EU) nr. 604/2013.
3.Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
4.Het arrest van het EHRM van 4 november 2014 in de zaak Tarakhel tegen Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712.
5.Onder andere van 6 september 2019, M.T. t. Nederland (nr. 46595/19), van 16 september 2019, V.A. en anderen t. Italië en Nederland (nr. 48062/19), van 1 oktober 2019, P.T. t. Nederland (50389/10) en van 24 september 2019, S.O. t. Nederland (49569/19).
6.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.Zie onder andere de uitspraak van 9 oktober 2019 van de Afdeling, ECLI:NL:RVS:2019:3432.