ECLI:NL:RBDHA:2019:12879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening naar Bulgarije
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft een verzoek tot overname aan Bulgarije gedaan, dat is aanvaard.
Eiser stelde dat Bulgarije zich niet aan internationale verplichtingen houdt en dat er geen effectief rechtsmiddel bestaat tegen afwijzing van asielaanvragen, onderbouwd met een rapport van het US Department of State, filmpjes over de situatie van Syrische vluchtelingen en een arrest van het EHRM van 10 oktober 2019. De rechtbank oordeelt dat deze stellingen onvoldoende zijn om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank merkt op dat het arrest van het EHRM betrekking had op een situatie waarin een verwijderingsmaatregel wegens gevaar voor de openbare orde was opgelegd, hetgeen bij eiser niet het geval is. Bovendien is het ontbreken van een effectief rechtsmiddel op nationaal niveau niet aangetoond. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.