ECLI:NL:RBDHA:2019:1283
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Tsjechië
Eisers, een gezin met minderjarige kinderen, dienden een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Tsjechië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eisers betoogden dat Tsjechië onvoldoende waarborgen biedt voor een humane behandeling van asielzoekers en verwezen naar rapporten over slechte opvang en risico op refoulement.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Tsjechië zijn internationale verplichtingen nakomt. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij bij overdracht aan Tsjechië een reëel risico lopen op een schending van artikel 3 EVRM Pro. De aangevoerde rapporten betroffen vooral de toegang tot Tsjechië en niet de behandeling van Dublinclaimanten.
De rechtbank wees erop dat eisers al eerder een asielaanvraag in Tsjechië hadden ingediend en dat de Tsjechische autoriteiten hadden ingestemd met terugname. Ook werd benadrukt dat eisers zich kunnen wenden tot de Tsjechische autoriteiten en het EHRM bij mogelijke schendingen. Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen voor schendingen werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.