ECLI:NL:RBDHA:2019:1282
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en overdracht aan Zwitserland
Eiser, een Eritrese nationaliteit, diende op 22 november 2018 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling, aangezien eiser daar op 8 juni 2016 al een verzoek om internationale bescherming had ingediend.
Eiser betoogde dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat hij gedwongen werd vingerafdrukken af te staan terwijl hij nooit de intentie had in Zwitserland asiel aan te vragen. Tevens stelde hij dat de overdracht aan Zwitserland een onevenredige hardheid zou zijn, mede omdat familieleden in Nederland wonen en hij vreest voor detentie en terugkeer naar zijn land van herkomst.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zwitserland tekortschiet in de asielprocedure of opvangvoorzieningen. Het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt en eiser dient eventuele klachten in Zwitserland te adresseren. Er is geen risico op indirect refoulement en geen bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.