ECLI:NL:RBDHA:2019:12779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Salarisinhouding wegens ongeoorloofde afwezigheid militair tijdens ziekte niet gerechtvaardigd
Eiser, werkzaam als hulpkok bij de Koninklijke Marine, kreeg salaris ingehouden over de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2018 wegens vermeende ongeoorloofde afwezigheid tijdens ziekte. Verweerder, de Staatssecretaris van Defensie, stelde dat eiser niet voldeed aan zijn verplichtingen, zoals het bereikbaar zijn en het opvolgen van redelijke voorschriften.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft bewezen dat eiser niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Zo is niet vastgesteld dat eiser daadwerkelijk is opgeroepen voor een afspraak bij de bedrijfsarts, en is onvoldoende concreet dat eiser niet bereikbaar was tussen 9.00 en 10.00 uur. Ook is niet aangetoond dat eiser redelijke voorschriften van zijn leidinggevende niet heeft opgevolgd.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk, omdat de dwangsom reeds is toegekend. Het beroep tegen het bestreden besluit is gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen voor zover het salaris is ingehouden. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot salarisinhouding wegens onvoldoende bewijs van ongeoorloofde afwezigheid en draagt verweerder op het salaris over de periode te betalen.