ECLI:NL:RBDHA:2019:12760
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 17 juli 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder stelde dat Italië verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, omdat eiser daar op 22 juni 2017 al een asielverzoek had ingediend. Nederland verzocht Italië om terugname, waarop Italië niet tijdig reageerde.
Eiser voerde aan dat Nederland discretionair had moeten besluiten zijn aanvraag toch in behandeling te nemen vanwege bijzondere kwetsbaarheid en het ontbreken van vertrouwen in Italië. De rechtbank volgt echter de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt, mede omdat er geen structurele tekortkomingen zijn in de opvang en procedure in Italië.
Hoewel eiser psychische klachten heeft en doorverwezen is naar GGZ, is hij nog niet in specialistische behandeling en heeft hij onvoldoende aangetoond bijzonder kwetsbaar te zijn in de zin van het Tarakhel-arrest van het EHRM. Daarom was het niet nodig dat verweerder individuele garanties vroeg aan Italië.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.