Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. A. Nobel, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 10 november 2018 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser voerde aan dat Duitsland niet aan Europese richtlijnen voldoet, slechte opvang biedt, geen gratis rechtsbijstand verleent en dat zijn recht op een eerlijk proces niet wordt gewaarborgd. Tevens vreesde hij indirect refoulement.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Duitsland geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen. De stellingen over schending van het EVRM, het Handvest en de Procedurerichtlijn werden niet gevolgd, mede omdat toegang tot gefinancierde rechtsbijstand afhankelijk kan zijn van de reële kans van slagen van de procedure. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat deze voorwaarden in Duitsland niet worden nageleefd.
Ook de overige beroepsgronden faalden omdat eiser niet aannemelijk maakte dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen voldoet en dat hij niet kon klagen bij Duitse autoriteiten. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht geen gebruik maakte van zijn bevoegdheid om de aanvraag in Nederland te behandelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen werd ongegrond verklaard.