ECLI:NL:RBDHA:2019:12646

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juni 2019
Publicatiedatum
28 november 2019
Zaaknummer
19.12554
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.

Tijdens de zitting, die gelijktijdig met een andere zaak werd behandeld, is eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. Uit informatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers en de AVIM bleek dat eiser op 24 februari 2019 met onbekende bestemming is vertrokken zonder de verblijfplaats te melden. Hierdoor acht de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.

De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.12554

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2019 in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. Y. Tamer),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: J. Wieman).

Procesverloop

Bij besluit van 28 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL 19.12555, plaatsgevonden op 13 juni 2019. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Uit informatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers en de AVIM is
gebleken dat eiser op 24 februari 2019 met onbekende bestemming is vertrokken.
2. Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, moet het er voor worden gehouden dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Onder deze omstandigheden gaat de rechtbank er met verweerder van uit dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Dat eiser in Zwitserland verblijft, hetgeen zou volgen uit het terugnameverzoek van
19 maart 2019 van de Zwitserse autoriteiten, maakt het voorgaande niet anders.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van
mr. L. Heekelaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na de dag van bekendmaking.