ECLI:NL:RBDHA:2019:12646
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Tijdens de zitting, die gelijktijdig met een andere zaak werd behandeld, is eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. Uit informatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers en de AVIM bleek dat eiser op 24 februari 2019 met onbekende bestemming is vertrokken zonder de verblijfplaats te melden. Hierdoor acht de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.
De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn asielaanvraag.