ECLI:NL:RBDHA:2019:12634
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening partneralimentatie en gebruik echtelijke woning bij dementie
De vrouw verzocht de rechtbank om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen en voorlopige partneralimentatie ter hoogte van het pensioen van de man, die vanwege dementie in een zorginstelling verblijft. De man verzocht eveneens om het uitsluitend gebruik van de woning, maar dit verzoek werd afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat de man een indicatie heeft voor 24-uurs zorg in een instelling en dat samenwonen voor de vrouw niet langer mogelijk is vanwege het agressieve gedrag van de man. Omdat de man een alternatief woonadres heeft en de vrouw niet, woog het belang van de vrouw zwaarder.
Met betrekking tot de partneralimentatie werd vastgesteld dat de man AOW en pensioen ontvangt, en dat de vrouw behoefte heeft aan alimentatie. De rechtbank volgde niet het standpunt van de vrouw dat geen rekening moest worden gehouden met de vrije draagkracht van de man, maar bracht wel een bedrag van €300 in mindering op de bijstandsnorm vanwege de afwezigheid van kosten voor eten en drinken.
Na verrekening van de eigen bijdrage voor zorg, premie ziektekostenverzekering en fiscale voordelen, berekende de rechtbank de draagkracht van de man op €957 per maand en stelde dit bedrag vast als voorlopige partneralimentatie met ingang van de datum van het verzoekschrift. Het verzoek van de vrouw tot uitsluitend gebruik van de woning werd toegewezen, het verzoek van de man afgewezen.
Uitkomst: De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en ontvangt voorlopige partneralimentatie van €957 per maand.