ECLI:NL:RBDHA:2019:12375
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om hem een cursus over verantwoord rijgedrag (Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer, EMG) op te leggen vanwege een snelheidsovertreding in de bebouwde kom.
De voorzieningenrechter overweegt dat er geen spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker stelt dat hij door zijn werk in de vishandel in december geen cursusdagen kan missen, maar het CBR heeft hem meerdere alternatieve cursusdata aangeboden die na december liggen.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat verzoeker daardoor onherstelbare schade lijdt. Mocht het bezwaar van verzoeker gegrond worden verklaard, dan zal het CBR de kosten van de EMG terugbetalen en kan verzoeker een schadevergoeding vragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er worden geen proceskosten aan een van de partijen opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de oplegging van de EMG wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.