ECLI:NL:RBDHA:2019:1228
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proportionele tijdelijke tewerkstelling militair tijdens onderzoek verstoorde arbeidsrelatie
Eiser, een militair werkzaam bij de Dienst Speciale Interventies (DSI), werd na een melding van een verstoorde arbeidsrelatie (VAR) tijdelijk elders tewerkgesteld. Verweerder, de staatssecretaris van Defensie, beëindigde tevens eisers toelage onregelmatige dienst (TOD) wegens wijziging van werkzaamheden. Eiser betwistte de rechtmatigheid van deze besluiten en stelde dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op een verbetertraject en dat de maatregel disproportioneel was.
De rechtbank stelde vast dat het ambtsbericht inzake de VAR onherroepelijk was en dat de beëindiging van de TOD niet onredelijk was gezien het wegvallen van onregelmatige dienst. De rechtbank oordeelde dat het dienstbelang van de DSI zwaarder woog dan het persoonlijke belang van eiser, mede vanwege de noodzaak van onbesproken gedrag binnen de DSI.
De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. De tijdelijke tewerkstelling werd als proportioneel beoordeeld, mede gezien de aard van de geconstateerde gedragingen en het belang van de organisatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de tijdelijke tewerkstelling en beëindiging van toelage wordt ongegrond verklaard.