ECLI:NL:RBDHA:2019:121
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bestuursdwang ligplaats koffieboot
Verzoeker heeft een last onder bestuursdwang opgelegd gekregen wegens het innemen van een ligplaats met een bedrijfsschip zonder geldige ligplaatsvergunning, in strijd met de Verordening op de binnenwateren van Den Haag.
Verzoeker betoogt dat er sprake is van een gedoogde situatie omdat het schip al 40 jaar op dezelfde plek ligt, maar kan geen vergunning overleggen. De voorzieningenrechter stelt dat het aan verzoeker is om het bestaan van een vergunning aan te tonen, en bij ontbreken daarvan geldt dat deze niet is verleend.
Het college van burgemeester en wethouders heeft geen uitzicht op legalisatie en acht handhaving noodzakelijk vanwege het algemeen belang en de wens om de kade anders in te richten. Een alternatieve ligplaats is beschikbaar gesteld, waar verzoeker mee heeft ingestemd.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bestuursorgaan bevoegd is tot bestuursdwang en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om daarvan af te zien. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen.