ECLI:NL:RBDHA:2019:11748
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontslagverzoek militair vanwege dienverplichting en dienstbelang
Eiser, sinds 2009 militair vlieger bij de Koninklijke Luchtmacht, verzocht om ontslag per december 2018, terwijl hij volgens zijn dienverplichting tot mei 2023 in dienst moest blijven. Verweerder wees het verzoek af vanwege het belang van Defensie om de investering in opleiding terug te verdienen en het tekort aan ervaren vliegers.
Eiser voerde aan dat hij zelf zijn opleiding deels had bekostigd en dat zijn opleiding tot F-16 vlieger voortijdig was beëindigd, waardoor het dienstbelang minder zwaar zou moeten wegen. Ook stelde hij dat hij financieel in zwaar weer verkeerde en onvoldoende toekomstperspectief bij Defensie had.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het dienstbelang zwaarder heeft gewogen dan het persoonlijk belang van eiser. De investeringen in opleiding en de noodzaak van voldoende gekwalificeerd personeel rechtvaardigen het vasthouden aan de dienverplichting. Ook is onvoldoende gebleken dat eiser door zijn functie bij de kustwacht of andere aangeboden functies financieel of qua carrière substantieel achteruitgaat.
De rechtbank concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een voortijdig ontslag rechtvaardigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het ontslagverzoek van eiser is afgewezen omdat het dienstbelang zwaarder weegt dan het persoonlijk belang.