ECLI:NL:RBDHA:2019:11658
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afwijzing verblijfsdocument en proceskostenvergoeding
Eiseres diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument op grond van de Vreemdelingenwet, welke door verweerder werd afgewezen. Na bezwaar werd het eerste besluit ingetrokken en het bezwaar gegrond verklaard met toekenning van het document in een tweede besluit. Eiseres handhaafde haar beroep tegen het eerste besluit en voerde onder meer aan dat het ontbreken van een geldig paspoort geen reden tot afwijzing mocht zijn.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het ingetrokken eerste besluit niet-ontvankelijk was, maar dat eiseres recht had op vergoeding van proceskosten vanwege de intrekking. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard, omdat eiseres pas bij dat besluit haar identiteit en nationaliteit voldoende aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank verwees naar relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en bevestigde dat een lidstaat mag eisen dat een vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit aantoont. Het beroep op het arrest Chavez-Vilchez en andere arresten leidde niet tot vernietiging van het besluit. De proceskosten werden vastgesteld op €1.351,32, waarbij reiskosten van eiseres werden vergoed, maar niet die van haar gemachtigde.
De rechtbank wees ook een verzoek om dwangsom af en zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het HvJEU. Het inreisverbod werd ingetrokken en bleef buiten beschouwing wegens gebrek aan nadere gronden van eiseres. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019.
Uitkomst: Beroep tegen eerste besluit niet-ontvankelijk, beroep tegen tweede besluit ongegrond, proceskosten toegekend aan eiseres.