ECLI:NL:RBDHA:2019:11550
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens onvoldoende motivering bijzondere kwetsbaarheid alleenstaande moeder
Eiseres, een alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen, diende een asielaanvraag in die door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij en haar kinderen in Griekenland internationale bescherming genieten. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de bijzondere kwetsbaarheid van eiseres niet leidt tot een uitzondering op de niet-ontvankelijkverklaring.
Verweerder baseerde zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en recente informatie van de Griekse autoriteiten dat eiseres en haar kinderen een vluchtelingenstatus hebben. Eiseres voerde aan dat zij bij terugkeer in Griekenland niet adequaat zal worden opgevangen en dat dit strijd oplevert met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie en stelt dat verweerder bij bijzondere kwetsbaarheid nader moet motiveren waarom geen sprake is van materiële deprivatie.
Omdat verweerder deze motivering niet kenbaar heeft gemaakt en de bijzondere kwetsbaarheid van eiseres niet heeft betrokken, is sprake van een motiveringsgebrek. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, waarin de bijzondere kwetsbaarheid expliciet wordt beoordeeld en gemotiveerd. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bijzondere kwetsbaarheid van eiseres.