Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het verloop van de procedures
2.De overwegingen
In de hoofdzaak:
3.De beslissing
€ 1.200,= voor salaris gemachtigde;
Rechtbank Den Haag
De werknemer, werkzaam als verkoopmedewerkster sinds 2015, werd op 23 mei 2019 op staande voet ontslagen wegens vermeende diefstal van geld uit de kassa. De werkgever baseerde dit op kassaregistraties met verhoogde storno- en minusverkoopposten op naam van de werknemer. De werknemer betwistte de beschuldiging en stelde dat collega’s haar account konden gebruiken.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever onvoldoende bewijs heeft geleverd om de diefstal aannemelijk te maken. De kassaregistraties zijn niet overtuigend en er is geen onderbouwing met voorraadtekorten of kasgeldregistraties. Het ontslag op staande voet is daarom onregelmatig en wordt vernietigd.
De werknemer heeft verklaard niet terug te willen keren in dienst. De rechtbank kent daarom de transitievergoeding, een billijke vergoeding van circa zes maandsalarissen (ongeveer €3.000 bruto) en een vergoeding wegens onregelmatig ontslag toe. De gevorderde volledige advocatenkosten worden afgewezen, maar buitengerechtelijke kosten worden deels toegewezen.
De procedurekosten worden grotendeels aan de werkgever opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het tegenverzoek van de werkgever wordt afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is vernietigd en werknemer krijgt transitievergoeding, billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatig ontslag toegekend.