ECLI:NL:RBDHA:2019:11307
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak diefstal en verduistering groot geldbedrag van hoogbejaarde vrouw
De zaak betreft de tenlastelegging van diefstal en verduistering van geldbedragen van ongeveer €60.000 en een lening van €20.000 van een hoogbejaarde vrouw met ernstige psycho-geriatrische problematiek. De verdachte en zijn medeverdachte, mantelzorgster van het slachtoffer, werden beschuldigd van het zonder toestemming opnemen van grote geldbedragen van de bankrekeningen van het slachtoffer en het niet volledig terugbetalen van een lening.
Tijdens het onderzoek en de zitting bleek dat het slachtoffer vanwege haar dementie en gezondheidsproblemen haar verklaring behoedzaam moest worden benaderd. De rechtbank constateerde dat het dossier weliswaar enkele belastende aanwijzingen bevatte, zoals de wijze van opname van het geld en de aanwezigheid van bankafschriften bij de verdachten, maar dat deze aanwijzingen onvoldoende waren om wettig en overtuigend bewijs te vormen dat de verdachten zonder toestemming handelden.
De verdachten verklaarden dat het pinnen van het geld met toestemming van het slachtoffer gebeurde in het kader van belastingontwijking en dat de lening volledig was terugbetaald, deels via bankoverschrijving en deels contant. De rechtbank vond het ontbreken van direct bewijs voor het ontbreken van toestemming en voor het niet terugbetalen van de lening doorslaggevend.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Tevens werden de kosten van de verdediging tot op heden begroot op nihil en aan de benadeelde partij opgelegd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van diefstal en verduistering wegens onvoldoende bewijs.