ECLI:NL:RBDHA:2019:1122
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als zelfstandige bij een kledingreparatiebedrijf. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie afgewezen vanwege een onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het ondernemingsplan onvoldoende was gespecificeerd, met name op het gebied van markt- en concurrentieanalyse. Ook de werkervaring en opleiding van verzoeker waren onduidelijk en niet in overeenstemming met eerdere informatie. De werkgeversverklaring bood onvoldoende onderbouwing.
Verzoekers argumenten over communicatieproblemen met de opsteller van het ondernemingsplan en het gebrek aan marktgegevens werden niet voldoende geacht. Financiële stukken die verzoeker vlak voor de zitting overhandigde, konden de afwijzing niet veranderen omdat een goed onderbouwd ondernemingsplan vereist is.
De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning als zelfstandige wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.