ECLI:NL:RBDHA:2019:11118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning familie en gezin wegens niet voldoen aan mvv-vereiste
Eiseres, van Nepalese nationaliteit, is in 2004 Nederland binnengekomen met een visum voor kort verblijf en heeft daarna Nederland niet verlaten. Zij kreeg een relatie met een Nepalese man waaruit een zoon werd geboren, die in Nederland is geboren. Later trouwde zij met een Nederlander die haar zoon erkende. In 2017 vroeg zij een verblijfsvergunning aan voor familie en gezin, die werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en dit niet werd vrijgesteld.
De rechtbank overweegt dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Nepal voort te zetten en dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat het onevenredig bezwarend is om het mvv-vereiste toe te passen. De belangen van het kind zijn meegewogen, maar er is geen zodanige worteling in Nederland dat terugkeer uitgesloten is. Het ontbreken van een paspoort voor het kind is geen objectieve belemmering omdat eiseres niet heeft aangetoond dat het onmogelijk is een paspoort aan te vragen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan het mvv-vereiste en onvoldoende bewijs dat het onmogelijk is een paspoort voor het kind te verkrijgen.