ECLI:NL:RBDHA:2019:10942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning 2012 met rekening gehouden onderhoud en vergelijkingsobjecten
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning voor het jaar 2012, waarbij eiser betwist dat de waarde van €850.000 te hoog is vastgesteld. De woning is een twee-onder-één-kapwoning uit 1926 met een inhoud van circa 802 m³ en een perceel van ongeveer 538 m². Eiser voert aan dat de slechte staat van de woning, verborgen gebreken, en een te hoge grondprijs onvoldoende zijn meegenomen, en pleit voor een lagere waarde van circa €718.000.
Verweerder heeft de waarde vastgesteld op basis van een waardematrix met vier vergelijkingsobjecten uit dezelfde buurt en bouwperiode, waarbij verschillen in onderhoud, kwaliteit en ligging zijn gecorrigeerd met vlokcodes en een waardevermindering voor verborgen gebreken. De rechtbank oordeelt dat deze methode adequaat is en dat de taxatierapporten van eiser minder bruikbaar zijn vanwege onvolledigheden en minder onderbouwing.
De rechtbank stelt dat de grondprijs en de ligging, inclusief de aanwezigheid van een beeldbepalende boom, geen reden vormen voor verlaging van de waarde. Ook de waardering van bijgebouwen zoals garage en dakkapellen is redelijk. Gelet op het bewijs en de onderbouwing is de rechtbank van oordeel dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €850.000 wordt ongegrond verklaard.