ECLI:NL:RBDHA:2019:10460
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens onvoldoende aannemelijkheid en onduidelijkheid over oproeping en uitkering
Eiseres was sinds februari 2019 in dienst als zorgverlener op basis van een 0-urencontract en werkte tot eind mei 2019. Zij vorderde betaling van achterstallig en toekomstig loon, alsmede oproeping tot werk en wettelijke verhogingen. Gedaagde stelde dat het niet oproepen te wijten was aan eiseres en dat de arbeidsrelatie verstoord was.
De kantonrechter oordeelde dat het bestaan van de loonvordering niet voldoende aannemelijk was gemaakt en dat nader onderzoek nodig is om vast te stellen wie verantwoordelijk is voor het niet oproepen. Tevens is onduidelijkheid over de uitkering tijdens het bevallingsverlof, die niet in mindering is gebracht op de vordering.
Gelet op het beperkte kader van het kort geding achtte de rechtbank geen plaats voor nader onderzoek en wees de vordering af. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de noodzaak van duidelijkheid over feiten en financiële verrekeningen bij loonvorderingen in kort geding.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en onduidelijkheid over oproeping en uitkering.