AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing adoptieverzoek meerderjarige ter bescherming familie- en gezinsleven
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot adoptie van een meerderjarige die sinds haar vierde levensjaar in gezinsverband leeft met verzoeker en diens echtgenote, de adoptiefmoeder. Hoewel de wet vereist dat een kind minderjarig is bij indiening van het adoptieverzoek, oordeelt de rechtbank dat bijzondere omstandigheden dit vereiste kunnen terzijde stellen.
Verzoeker heeft sinds 1997 samen met de adoptiefmoeder de verzorging en opvoeding van de meerderjarige op zich genomen en is sinds 2005 gezamenlijk belast met het gezag. De meerderjarige beschouwt verzoeker als haar vader en heeft altijd met hem in gezinsverband geleefd. De rechtbank stelt vast dat het vasthouden aan het minderjarigheidsvereiste in dit geval een ontoelaatbare inmenging vormt in het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRMPro.
De rechtbank acht het in het belang van de meerderjarige om haar juridische status in overeenstemming te brengen met de sociale en emotionele realiteit. De adoptie van de meerderjarige door haar adoptiefvader is herroepen, waardoor de familierechtelijke betrekking met hem is verbroken. De rechtbank wijst het adoptieverzoek toe onder de voorwaarde dat de herroeping onherroepelijk is geworden. De familierechtelijke betrekking met de adoptiefmoeder blijft ongewijzigd en de geslachtsnaam van de meerderjarige blijft behouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek van de meerderjarige toe vanwege bijzondere omstandigheden die het minderjarigheidsvereiste terzijde stellen.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 19-1708
Zaaknummer: C/09/569502
Datum beschikking: 7 oktober 2019
Adoptie
Beschikking op het op 26 februari 2019 ingekomen verzoekschrift van:
[Y]
verzoeker,
wonende te [woonplaats]
advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[meerderjarige] ,
hierna te noemen: [meerderjarige] ,
wonende te [woonplaats] .
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van:
- het verzoekschrift;
- de correctie op het verzoekschrift;
- de schriftelijke verklaring van [meerderjarige] van 5 maart 2019 inhoudende dat zij instemt met toewijzing van het verzoek, althans geen verweer wenst te voeren, en verklaart geen gebruik te willen maken van haar recht om door de rechter te worden gehoord;
- een F9-formulier van 5 september 2019 met bijlage.
Op 9 september 2019 is de zaak, in combinatie met het verzoek tot herroeping van de adoptie van [meerderjarige] door [adoptief vader] (zaaknummer C/09/569159) ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoeker met zijn advocaat alsmede [meerderjarige] en [adoptief moeder] . Van de zijde van verzoeker zijn pleitnotities overgelegd.
Verzoek
Het verzoek strekt tot adoptie door verzoeker van de meerderjarige [meerderjarige] , geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] , India, en te verstaan dat [meerderjarige] de geslachtsnaam [geslchtsnaam Y] zal blijven dragen.
[meerderjarige] stemt in met toewijzing van het verzoek.
Feiten
[meerderjarige] is bij uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van [datum] 1995 geadopteerd door de [adoptief vader] en [adoptief moeder]
Het huwelijk tussen de adoptiefouders is door echtscheiding ontbonden op [datum] 1995.
Bij rechterlijke uitspraak van de rechtbank Alkmaar van [datum] 2005 zijn de adoptiefmoeder en verzoeker gezamenlijk belast met het gezag over [meerderjarige] en is de geslachtsnaam van [meerderjarige] gewijzigd in ‘ [geslchtsnaam Y] ’.
Beoordeling
Verzoeker heeft het volgende naar voren gebracht. Verzoeker is gehuwd met de adoptiefmoeder van [meerderjarige] . Hij leeft vanaf 20 juni 1997 met de adoptiefmoeder en [meerderjarige] samen en heeft sindsdien samen met de adoptiefmoeder de verzorging en opvoeding van [meerderjarige] op zich genomen. Bij uitspraak van de rechtbank Alkmaar van [datum] 2005 is verzoeker samen met de moeder belast met het gezag over [meerderjarige] en kreeg [meerderjarige] de geslachtsnaam van verzoeker. Verzoeker, de adoptiefmoeder en [meerderjarige] zijn er steeds van uit gegaan dat met deze uitspraak ook een familierechtelijke betrekking tot stand was gekomen tussen verzoeker en [meerderjarige] . In 2018 vernamen zij bij een bezoek aan de notaris dat dit niet het geval was. Verzoeker wil alsnog de juridische situatie in overeenstemming brengen met de feitelijke situatie. Verzoeker is zich er van bewust dat voor toewijzing van een verzoek tot adoptie in beginsel vereist is dat het kind minderjarig is op de dag van indiening van het verzoek. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor een weigering van de adoptie een ongeoorloofde inmenging oplevert in het tussen verzoeker en [meerderjarige] bestaande familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 vanPro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Een terzijdestelling van het wettelijke vereiste dat de geadopteerde minderjarig moet zijn ten tijde van indiening van het verzoek is in dit geval gerechtvaardigd, aldus verzoeker. Het is in het belang van [meerderjarige] dat haar juridische status in overeenstemming wordt gebracht met de sinds jaar en dag bestaande sociale en emotionele realiteit van het tussen [meerderjarige] en de overige gezinsleden bestaande gezinsleven.
[meerderjarige] heeft ter zitting verklaard dat zij verzoeker als haar vader beschouwt. Zij heeft steeds met hem en haar adoptiefmoeder in gezinsverband geleefd. Zij was in de veronderstelling dat verzoeker ook juridisch gezien haar vader was. Het was een schok voor haar dat [adoptief vader] , die haar in 1995 met de adoptiefmoeder adopteerde, nog steeds als haar juridisch vader staat vermeld.
De rechtbank stelt vast dat [meerderjarige] bij de indiening van het adoptieverzoek 25 jaar oud was. Dit betekent dat niet is voldaan aan de in artikel 1:228 lid 1 onderPro a Burgerlijk Wetboek (BW) gestelde voorwaarde dat het kind op de dag van de indiening van het verzoekschrift minderjarig is. Die bepaling is van dwingend recht, zodat op grond van het toe te passen Nederlandse recht (stiefouder)adoptie in dit geval in beginsel is uitgesloten.
Er kan echter sprake zijn van (zeer) bijzondere omstandigheden die terzijdestelling van de dwingendrechtelijke wetsbepaling van artikel 1:228 lid 1 onderPro a BW kunnen rechtvaardigen. Het gaat dan om (zeer) uitzonderlijke gevallen, waarin de weigering van een adoptie wegens de enkele meerderjarigheid bij de indiening van het adoptieverzoek een ongeoorloofde inbreuk op het door artikel 8 EVRMPro beschermde gezins- en familieleven met zich zou brengen.
De rechtbank stelt voorop dat het recht op adoptie als zodanig niet behoort tot één van het door het EVRM beschermde rechten. Slechts indien sprake is van zeer bijzondere omstandigheden is een terzijdestelling van voormelde dwingendrechtelijke (nationale) bepaling gerechtvaardigd.
De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden en overweegt daartoe als volgt.
[meerderjarige] vormt sinds haar vierde levensjaar met verzoeker, haar adoptiefmoeder en halfbroer een gezin en heeft met hen sindsdien in gezinsverband samengeleefd. Dit betekent dat verzoeker vrijwel het gehele leven van [meerderjarige] samen met haar adoptiefmoeder mede-opvoeder van [meerderjarige] is geweest. Voor [meerderjarige] is verzoeker haar vaderfiguur. In 2005 heeft verzoeker het gezag over [meerderjarige] verkregen en heeft [meerderjarige] officieel zijn geslachtsnaam gekregen. Met haar adoptiefvader [adoptief vader] heeft [meerderjarige] niet tot nauwelijks contact. De adoptie van [meerderjarige] door [adoptief vader] is bij beschikking van deze rechtbank van 7 oktober 2019 herroepen. Na het onherroepelijk worden van die uitspraak is de familierechtelijke betrekking tussen [meerderjarige] en [adoptief vader] verbroken. De rechtbank is voorts van oordeel dat verzoeker afdoende heeft uitgelegd waarom tijdens de minderjarigheid van [meerderjarige] niet tot het indienen van een adoptieverzoek is overgegaan.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het in overeenstemming brengen van de juridische status met de sinds jaar en dag bestaande sociale en emotionele realiteit van het tussen [meerderjarige] en verzoeker bestaande gezinsleven in haar belang is.
Hoewel in beginsel het stellen van termijnen geen ongerechtvaardigde inmenging is in het
recht op eerbiediging van family life in de zin van artikel 8 EVRMPro, is de rechtbank gezien al het vorenoverwogene van oordeel dat het vasthouden aan het minderjarigheidsvereiste in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ontoelaatbare inmenging in het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven van [meerderjarige] en verzoeker oplevert. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verzochte adoptie kan worden uitgesproken. Aannemelijk is geworden dat dit in het kennelijke belang van [meerderjarige] is en voor het overige is, voor zover van toepassing, voldaan aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 1:227 en 1:228 BW.
De rechtbank merkt ten overvloede op dat de familierechtelijke betrekking met de adoptiefmoeder in stand blijft.
[meerderjarige] draagt al de geslachtsnaam van verzoeker zodat hierover geen beslissing hoeft te worden genomen
Beslissing
De rechtbank:
spreekt uit – onder de voorwaarde dat de beschikking van 7 oktober 2019 waarbij de adoptie van [meerderjarige] door [adoptief vader] is herroepen, onherroepelijk is geworden – de adoptie van:
[meerderjarige] , geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] , India,
door:
[Y] , geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] .
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C. Sluymer, J.T.W. van Ravenstein en L. Koper, kinderrechters, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2019.