ECLI:NL:RBDHA:2019:10438
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op nareis wegens onvoldoende bewijs identiteit en familierechtelijke relatie
Eiser, een Eritrese vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis af te wijzen. Het primaire besluit wees de aanvraag af wegens het ontbreken van aannemelijk bewijs van zijn identiteit en de familierechtelijke relatie met de referent, de vermeende moeder.
De rechtbank overwoog dat eiser geen officiële identificerende documenten heeft overgelegd en dat de kerkelijke doop- en huwelijksakten niet door de Eritrese autoriteiten zijn afgegeven en daarom niet als bewijs kunnen dienen. Bureau Documenten concludeerde dat deze documenten waarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt. Eiser betwistte deze conclusies onvoldoende en bracht geen contra-expertise in.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het deskundigenadvies van Bureau Documenten heeft gevolgd en dat er geen aanleiding was tot aanvullend onderzoek of een identificerend gehoor. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en familierechtelijke relatie.