ECLI:NL:RBDHA:2019:10208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting uithuisplaatsing in gesloten accommodatie voor jeugdhulp
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging voor opname en verblijf van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor een periode van drie maanden. De minderjarige verblijft reeds in een gesloten accommodatie en de kinderrechter heeft eerder een machtiging verleend die binnenkort afloopt.
De vader stemt in met de verlenging, de moeder verschijnt niet en wordt op grond van de Jeugdwet niet gehoord. De minderjarige voert verweer tegen de duur van de machtiging, maar de kinderrechter acht de gevraagde termijn passend gezien de ernst van de opgroei- en opvoedingsproblemen.
De kinderrechter overweegt dat de minderjarige grote persoonlijke vooruitgang heeft geboekt en zich in de laatste fase van geslotenheid bevindt. De verlenging is noodzakelijk om een veilige en verantwoorde terugkeer naar de thuissituatie bij de vader mogelijk te maken, waarbij nog enkele stappen moeten worden gezet zoals afronding van therapie, uitbreiding van verlof en het vinden van passend onderwijs.
Hoewel de minderjarige een kortere termijn bepleit, acht de kinderrechter een termijn van drie maanden beter passend om terugval en het tenietdoen van positieve ontwikkelingen te voorkomen. De beschikking wordt mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: Machtiging tot opname en verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp wordt voor drie maanden verleend.