ECLI:NL:RBDHA:2019:10080

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 september 2019
Publicatiedatum
27 september 2019
Zaaknummer
NL19.16649
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b Vreemdelingenwet 2000Art. 31 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en nationaliteit

Eiseres heeft op 7 februari 2018 een asielverzoek ingediend en stelt afkomstig te zijn uit Eritrea. Verweerder heeft haar aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat zij haar identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. In de EU-Vis registratie staat eiseres geregistreerd met een Ethiopisch paspoort, wat eiseres niet heeft kunnen weerleggen.

Eiseres voerde aan dat zij met een vals Ethiopisch paspoort naar Nederland is gereisd en dat zij geen documenten kan overleggen vanwege bewijsnood. De rechtbank oordeelt dat het op de eiseres rust om haar identiteit aannemelijk te maken en dat verweerder terecht uitgaat van de EU-Vis registratie. Eiseres heeft geen officiële of onofficiële documenten overgelegd en heeft onvoldoende onderbouwd dat de registratie onjuist is.

De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien om een taalanalyse aan te bieden, mede omdat de beschikbare taalkundige bronnen geen eenduidig beeld geven. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en nationaliteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.16649

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres

alias [naam 2]
alias [naam 3]
alias [naam 4]
(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

ProcesverloopBij besluit van 17 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.16650, plaatsgevonden op 15 augustus 2019. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Heida als waarnemer van haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt [naam 5] te heten, te zijn geboren op [geboortedatum 1] en de Eritrese nationaliteit te hebben. Eiseres heeft op 7 februari 2018 in Nederland een asielverzoek ingediend. Op 23 april 2018 heeft eiseres een kennisgeving aangifte strafproces mensenhandel ingediend. Verweerder heeft eiseres bij besluit van 5 juli 2018 een reguliere verblijfsvergunning in het kader van de Verblijfsregeling Mensenhandel verleend. Deze verblijfsvergunning is bij besluit van 3 december 2018 per 21 juni 2018 ingetrokken.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond [1] omdat zij haar gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. In de registratie van EU-Vis staat eiseres met een paspoort met biometrische gegevens geregistreerd onder de naam [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] , met de Ethiopische nationaliteit. Eiseres heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat de gegevens in EU-Vis onjuist zijn.
3. Eiseres handhaaft dat ze afkomstig is uit Eritrea. Ze heeft met haar verklaringen wel degelijk onderbouwd dat zij met behulp van een reisagent met een vals Ethiopisch paspoort naar Nederland is gereisd en dat zij met dit paspoort een Frans visum heeft verkregen. Voor eiseres is het onmogelijk om deze gebeurtenissen met stukken nader te onderbouwen omdat zij dit paspoort noch dit visum heeft aangevraagd. Er is sprake van bewijsnood ten aanzien van het staven van haar identiteit omdat zij haar documenten is kwijtgeraakt en het voor haar niet mogelijk is om alsnog aan documenten te komen. Verweerder had gewicht moeten toekennen aan de juiste verklaringen die zij heeft afgelegd over haar gebied van herkomst en een taalanalyse moeten aanbieden om haar nationaliteit alsnog aannemelijk te kunnen maken.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Het ligt op de weg van eiseres om haar identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres daarin niet is geslaagd. Gelet op de vereisten voor een visumaanvraag, waaronder het overleggen van een authentiek paspoort, een foto en het afstaan van vingerafdrukken, mag verweerder in beginsel uitgaan van de gegevens zoals die zijn geregistreerd in EU-Vis.
Het ligt daarom op de weg van eiseres om te onderbouwen dat deze registratie niet juist is. Verweerder heeft terecht gesteld dat eiseres dit op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft hierbij ten eerste terecht gewezen op de omstandigheid dat eiseres haar gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst noch met officiële, noch met onofficiële documenten heeft onderbouwd. Verder is niet gebleken dat eiseres sinds haar aankomst in Nederland op 7 februari 2018 enige moeite heeft gedaan om alsnog aan documenten te komen. Dat eiseres niet in contact kan komen met een familielid of kennis in haar land van herkomst, die alsnog documenten zou kunnen versturen, is niet onderbouwd. Het eerst ter zitting meegebrachte onvertaalde doopcertificaat laat de rechtbank wegens strijd met goede procesorde buiten beschouwing. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eiseres al geruime tijd de gelegenheid heeft gehad haar identiteit met documenten te staven. Verweerder heeft voorts terecht tegengeworpen dat eiseres niet eenduidig heeft verklaard over wie het Ethiopisch paspoort heeft aangevraagd. Daar komt bij dat eiseres herhaaldelijk heeft verklaard dat het paspoort in 2013 is afgegeven, terwijl uit de EU-Vis registratie blijkt dat het paspoort op 11 april 2017 is afgegeven. Voor de stelling van eiseres dat de geldigheid van het paspoort waarschijnlijk is verlengd, ontbreekt iedere onderbouwing. Dat eiseres de vragen over haar gestelde herkomstgebied juist heeft beantwoord, maakt haar gestelde nationaliteit nog niet aannemelijk, nu deze informatie ook via algemeen toegankelijke bronnen beschikbaar is.
Dat eiseres Tigrinya spreekt, kan haar Eritrese nationaliteit evenmin onderbouwen, nu deze taal ook in Ethiopië wordt gesproken. Tot slot heeft verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd uiteengezet dat de door eiseres gevraagde taalanalyse voor Eritrea/Tigrinya niet mogelijk is. De beschikbare taalkundige bronnen geven namelijk geen consistent beeld van de dialectkenmerken die iemand binnen of buiten de landsgrenzen van Eritrea zouden kunnen plaatsen.
5. Het beroep is ongegrond, voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31 en Pro artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000