ECLI:NL:RBDHA:2019:10080
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en nationaliteit
Eiseres heeft op 7 februari 2018 een asielverzoek ingediend en stelt afkomstig te zijn uit Eritrea. Verweerder heeft haar aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat zij haar identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. In de EU-Vis registratie staat eiseres geregistreerd met een Ethiopisch paspoort, wat eiseres niet heeft kunnen weerleggen.
Eiseres voerde aan dat zij met een vals Ethiopisch paspoort naar Nederland is gereisd en dat zij geen documenten kan overleggen vanwege bewijsnood. De rechtbank oordeelt dat het op de eiseres rust om haar identiteit aannemelijk te maken en dat verweerder terecht uitgaat van de EU-Vis registratie. Eiseres heeft geen officiële of onofficiële documenten overgelegd en heeft onvoldoende onderbouwd dat de registratie onjuist is.
De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien om een taalanalyse aan te bieden, mede omdat de beschikbare taalkundige bronnen geen eenduidig beeld geven. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en nationaliteit.