ECLI:NL:RBDHA:2019:10059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging diefstal en poging doodslag in bestelbus
Op 2 juni 2019 vond een poging tot inbraak plaats in een bestelbus te Zoetermeer, waarbij het slachtoffer, een politiebrigadier buiten dienst, de verdachte herkende als de dader die hem bedreigde en mogelijk stak met een priem of schroevendraaier. De verdachte ontkende betrokkenheid en stelde dat hij die nacht elders was.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van poging doodslag en poging inbraak, gebaseerd op de herkenning door het slachtoffer. De verdediging betoogde dat deze herkenning onvoldoende betrouwbaar was, gezien het slanke postuur van de dader, het dragen van een pet, en het ontbreken van directe herkenning.
De rechtbank concludeerde dat het dossier geen aanvullend bewijs bevatte, zoals sporenonderzoek of telecommunicatiegegevens, die de betrokkenheid van de verdachte konden bevestigen. De herkenning door het slachtoffer werd kritisch beoordeeld vanwege de omstandigheden en inconsistenties in het signalement.
Gelet hierop sprak de rechtbank de verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Tevens werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen, omdat de verdachte de voorwaarden niet had overtreden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging diefstal en poging doodslag.