ECLI:NL:RBDHA:2018:9820
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens verbroken gezinsband bij nareis
Eiseres, een Syrische vrouw, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder wees deze aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent was verbroken; zij waren gescheiden en referent was hertrouwd met een ander. Hoewel het huwelijk tussen eiseres en referent later werd hersteld, oordeelde verweerder dat dit niet leidde tot gezinshereniging maar tot gezinsvorming.
Eiseres stelde zich op het standpunt dat het besluit onterecht was en voerde diverse juridische argumenten aan, waaronder een beroep op de Gezinsherenigingsrichtlijn en de Definitierichtlijn. De rechtbank overwoog dat eiseres niet als gezinslid in aanmerking komt op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingewet 2000 omdat de feitelijke gezinsband was verbroken. Ook de aangevoerde richtlijnen boden geen soelaas.
Verder wees de rechtbank het beroep van eiseres op een schending van de hoorplicht af, aangezien het bezwaar kennelijk ongegrond was en verweerder daarom van het horen kon afzien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag mvv nareis wegens verbroken gezinsband.