ECLI:NL:RBDHA:2018:9723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrente verschuldigd ondanks verrekening van verliezen in opvolgende jaren
Eiseres maakte bezwaar tegen de beschikking belastingrente behorend bij de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2013, waarin zij stelde dat de belastingrente ten onrechte was geheven vanwege een carryback van verliezen uit latere jaren. De rechtbank oordeelde dat de belastingrente terecht was vastgesteld, omdat artikel 30fe, lid 2, AWR bepaalt dat verrekening van verliezen in opvolgende jaren geen invloed heeft op reeds vastgestelde belastingrente.
De rechtbank overwoog dat de aanslag 2013 was gecorrigeerd vanwege een onjuiste afwaardering van een rekening-courantvordering, en dat de belastingrente conform de wettelijke bepalingen was berekend. De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding tot matiging van de belastingrente, mede omdat eiseres zelf debet was aan de situatie door de afwaardering in het verkeerde jaar te verwerken.
De uitspraak benadrukt dat de wet geen ruimte biedt om belastingrente achteraf te verminderen op grond van latere verliesverrekening en bevestigt de strikte toepassing van artikel 30fe, lid 2, AWR. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de belastingrente over 2013 wordt ongegrond verklaard en de belastingrente blijft verschuldigd.