ECLI:NL:RBDHA:2018:9628
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Eritrese minderjarige wegens ongeloofwaardig relaas en tegenstrijdigheden
Eiser, een Eritrese minderjarige, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, stellende dat hij illegaal Eritrea had verlaten vanwege militaire dienstplicht en detentie. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt en zijn relaas tegenstrijdig en ongeloofwaardig was.
De rechtbank overwoog dat eiser geen identificerende documenten overlegde en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn oproep voor militaire dienstplicht en zijn illegale uitreis. Ook waren zijn verklaringen over detentie in Soedan en terugkeer naar Eritrea inconsistent en pas laat aangevoerd. Dit leidde tot het oordeel dat het relaas onvoldoende geloofwaardig was.
Hoewel het beleid van verweerder inhoudt dat gedwongen terugkeer naar Eritrea niet plaatsvindt, staat dit niet aan het terugkeerbesluit in de weg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.