ECLI:NL:RBDHA:2018:9600
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering machtiging verlof tbs-gestelde ongewenst vreemdeling
Eiser, een tbs-gestelde met Duitse nationaliteit en ongewenst vreemdelingstatus, vordert van de Staat een machtiging voor verlof. Hij stelt dat hij al lange tijd geen verlof heeft gehad en dat het verlofstelsel essentieel is voor zijn behandeling. Tevens wijst hij op het discriminatieverbod en de uitzichtloze situatie vanwege het lopende repatriëringstraject.
De rechtbank overweegt dat de machtiging verlof alleen door de minister kan worden verleend op aanvraag van de tbs-inrichting. De kliniek heeft momenteel geen verlofaanvraag ingediend, waardoor de vordering prematuur is. Daarnaast is eiser geen rechtmatig verblijver in Nederland, en verlof wordt niet verleend aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, tenzij noodzakelijk voor vertrek uit Nederland. Het repatriëringstraject is nog gaande en eiser werkt niet mee, wat de procedure vertraagt.
Voorts is op behandelinhoudelijke gronden verlof niet verantwoord vanwege het hoge recidiverisico en eerdere recidive bij verlof. De rechtbank concludeert dat geen grond bestaat voor verlofverlening en wijst de vordering af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot machtiging verlof voor de tbs-gestelde wordt afgewezen wegens prematuriteit, ontbreken rechtmatig verblijf en behandelinhoudelijke bezwaren.