ECLI:NL:RBDHA:2018:9540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit bezittende persoon, heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Dit omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser reeds op 7 februari 2018 een verzoek om internationale bescherming in Slovenië had ingediend. De Sloveense autoriteiten hebben bevestigd dat zij verantwoordelijk zijn voor de asielprocedure op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij geen asielaanvraag in Slovenië had gedaan, maar slechts vingerafdrukken had afgegeven voor registratie. De rechtbank achtte deze stelling niet aannemelijk en hechtte meer waarde aan de Eurodac-registratie en het Sloveense claimakkoord. Daarnaast stelde eiser dat er systematische tekortkomingen zouden zijn in de Sloveense asielprocedure en opvang, maar deze stelling was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd mondeling gedaan op 26 juli 2018 door rechter C. van Boven-Hartogh, in aanwezigheid van griffier M.Ch. Grazell. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.