ECLI:NL:RBDHA:2018:9318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, aangezien eiser eerder een visum van Frankrijk heeft ontvangen en sindsdien het Schengengebied niet heeft verlaten.
De rechtbank oordeelt dat nader onderzoek naar het uitblijven van een reactie van Frankrijk niet noodzakelijk is, omdat de Dublinverordening bepaalt dat na het verstrijken van de reactietermijn de verantwoordelijkheid automatisch ontstaat. Tevens is er geen wettelijke verplichting voor de staatssecretaris om nader onderzoek te doen naar de verblijfsomstandigheden van eiser in Frankrijk.
Eiser heeft aangevoerd dat de opvang en asielprocedure in Frankrijk ontoereikend zouden zijn, maar de rechtbank vindt het ingebrachte artikel hierover onvoldoende bewijs om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. Het beroep op het arrest Gnandi faalt eveneens, aangezien eiser een effectief rechtsmiddel had en zijn verblijf rechtmatig was tijdens de procedure.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.