ECLI:NL:RBDHA:2018:9159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens bestaande verblijfsvergunning in Italië
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar beschikt reeds over een geldige asielvergunning in Italië tot 15 juli 2021. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk en verwees eiser terug naar Italië. Eiser betoogde dat Italië niet voldoet aan internationale verdragsverplichtingen en dat hij in Italië onvoldoende toegang heeft tot huisvesting, werk, sociale voorzieningen en medische zorg. Hij verwees naar diverse rapporten en stelde dat hij slachtoffer is van een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling.
De rechtbank erkent dat Italië niet altijd zorgvuldig omgaat met de bescherming van statushouders, maar oordeelt dat dit niet betekent dat Italië niet handelt in overeenstemming met de verdragen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt het vertrouwen dat Italië zijn verplichtingen nakomt. Eiser heeft niet voldoende aangetoond dat zijn situatie wezenlijk afwijkt van die van anderen in vergelijkbare zaken en dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om zijn rechten in Italië te effectueren.
De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Italië een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of dat hij geen hulp zal krijgen bij huisvesting en medische zorg. De asielaanvraag wordt daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard. Wel wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.